Joan Cornellà, koning van de zwarte humor

Conservatief Spanje koestert zijn anachronistische, maatschappelijk irrelevante grondwet, die in een museum thuishoort, alsof het de 10 geboden van Mozes zijn. Geen beter tegengif dan de uitdagende, subversieve humor van de Catalaanse cartoonist Joan Cornellà (Barcelona, 11 januari 1981).

Cornellà’s meestal tekstloze tekeningen met lieve pastelkleuren en breedglimlachende personages botsen frontaal met de morbide inhoud van zijn cartoons. Amputaties, zinloos geweld, seks, druggebruik, zelfmoord en andere beladen thema’s zorgen daardoor voor een onbehaaglijk aandoend humoristisch effect alsof Monty Python en Quentin Tarantino een surrealistisch verbond hebben gesloten.

Met 2 miljoen Instagram volgers en 4,7 miljoen op Facebook is Joan Cornellà een van de meest gevolgde plastische kunstenaars op de sociale media. Door zijn controversiële illustraties wordt hij geregeld geband van de sociale netwerken wat hem alleen maar meer populariteit bezorgt.

Zijn werk verschijnt in verschillende Spaanse magazines en kranten, Le Monde en The New York Times. Wereldwijd worden er exposities aan zijn oeuvre gewijd dat ook te koop is in boekvorm, t-shirts en aquarellen.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Gezocht: een nieuwe identiteit voor de Ramblas

De 1,2 kilometer lange boulevard van transportknooppunt Plaza Catalunya tot het standbeeld van Columbus aan de zee is het exponent in het kwadraat van het ontspoorde massatoerisme in Barcelona sinds het succeseffect van de Olympische Spelen in 1992. Wie tegenwoordig de Ramblas afloopt, waant zich op de dijk van Blankenberge.

Het oude, emblematisch karakter van de Ramblas is verwaterd in een hoogfeest van de grootste gemene deler. Souvenirwinkels (veelal van Pakistaanse eigenaars) die er in slagen om zelfs Mexicaanse sombreros door de strot van de toeristen te rammen, straatartiesten, overprijsde restaurants die zich aanpassen aan de noordelijke eeturen en steevast met sangria en paella uit de supermarkt op het menu, krantenkiosken met buitenlands rioolpers aanbod, Engelse en Ierse pubs met Premier League wedstrijden op plasmaschermen, bloemenstalletjes en hotels en toeristenflats in alle soorten en maten. De meest onschuldig ogende toeristen die blijven stilstaan om een blik te werpen op een etalage of een restaurantmenu veranderen in een gedroomde prooi van de talrijke zakkenrollers, bedelaars en Roma zigeunervrouwen die je opdringerig een roos willen opspelden en terwijl je kleingeld zoekt ongemerkt bankbriefjes uit je portefeuille vissen. Nog een moeilijk uit te roeien vorm van oplichterij zijn de balletje-balletje Balkan bendes die ondanks hun slecht geacteerde show er blijven in slagen om goedgelovigen geld af te troggelen.

 

’s Avonds nemen de Afrikaanse hoertjes het territorium over. Die klussen ook bij als pickpocket. Ettelijke mannelijke toerist is, na een avondwandeling langs de Ramblas, op zijn hotelkamer tot de onaangename vaststelling gekomen dat zijn portefeuille of telefoon was verdwenen, nadat hij onaangevraagd werd bepoteld door een Afrikaanse dame van lichte zeden. Tijdens het weekend zie je tijdens de nachtelijke uren ook veel kortgerokte, wit gekleurde benen over de Ramblas flaneren-strompelen-drentelen. Luidruchtige Britse jongedames op “hen party” weekend. Vooral in Groot Brittannië slaat Barcelona aan als uitgelezen bestemming voor vrijgezellen weekends. Wie dorst heeft, kan terecht bij de alomaanwezige Pakistani die 1€ blikken bier en frisdrank verkopen. Hun voorraad verstoppen ze onder riooldeksels en in dubbele bodems van openbare vuilnisbakken.

Omdat voor de meeste mensen de Ramblas het synoniem zijn van Barcelona namen op 28 januari honderden betogers de Ramblas in om te protesteren tegen de uitverkoop van de stad. Het toeristische succes staat immers in schril contrast met de noden van Barcelona: maatregelen tegen de opnieuw toenemende speculatie op de immobiliënmarkt, herinvulling van de publieke ruimte, toegankelijke cultuurinitiatieven, ecologisch openbaar vervoer en herwaardering van de kleinhandel. Het linkse stadsbestuur van burgemeester en ex-sociaal activiste Ada Colau kan je bezwaarlijk beschuldigen van gebrek aan dadendrang als het op deze thema’s aankomt. Uitgerekend de dag voor het protest keurde het stadsbestuur een plan goed tegen de opening van nieuwe hotels in het stadscentrum. In de buitenwijken is een lichte groei van toeristische accommodatie wel nog toegelaten.

Het huidige bewind beseft dat de uitwassen van het massatoerisme Barcelona kapot maken en dat de Catalaanse hoofdstad zijn status van hippe en cultureel relevante stad daardoor kwijt is geraakt. Begin deze maand presenteerde het stadhuis een internationale wedstrijd voor een heraanleg van de Ramblas. Volgens Janet Sanz, de schepen onder wiens bevoegdheden ook de Ramblas vallen, is het probleem niet dat er toeristen afkomen op de bekendste straat van de stad, het probleem is dat er bijna alleen maar toeristen te bespeuren zijn. 80% van de 30 miljoen bezoekers die Barcelona jaarlijks over de vloer krijgt, passeert langs de Ramblas waar slechts nog een duizendtal inwoners zijn gedomicilieerd. Het is de bedoeling om de Barcelonezen terug naar de Ramblas te lokken. Een team van architecten, ingenieurs, sociologen en economen zal de verschillende voorstellen van de deelnemers aan de wedstrijd beoordelen. Tegen de herfst van 2018 moet vervolgens een definitief project op papier staan om begin 2019 te kunnen aanvangen met de heraanleg.

Tatoeages op papier

Ramon Maiden (Barcelona, 1972) is maatschappelijk assistent van opleiding, wereldreiziger, fanatiek ultraloper, tattoo freak en autodidactisch kunstenaar. Met monnikengeduld bewerkt hij met behulp van viltstiften, balpennen en potloden retro posters, briefkaarten en tijdschriften door er vernuftige tatoeages overheen te tekenen. Hij haalt zijn inspiratie uit de twee wereldoorlogen, Amerikaanse pin-ups en populaire cultuur uit de jaren ´40 en ´50, Mexicaanse en Aziatische mystiek, het Victoriaanse tijdperk en christelijke symbolen. Hij woont tussen New York en Barcelona en hoewel hij in zijn heimat nog altijd relatief onbekend is, wordt zijn werk tentoongesteld in de belangrijkste kunststeden wereldwijd.

hokusai-love-ramon-maiden

ramon-maiden-pin-up ramon-maiden-mexico ramon-maiden-nazi

ramon-maiden-magazine ramon-maiden-buddy-hollyramon-maiden-elvis

ramon-maiden-victoriaans ramon-maiden

CATALAANSE RUMBA, botsing van culturen

Catalaanse rumba ontstond begin jaren ’40 van de vorige eeuw in de zigeunergemeenschap van de Barcelonese wijken Raval en Gracia. Het genre kende een explosie in de jaren ’60 toen er Angelsaksische rock’n roll invloeden binnenslopen in de mix van flamenco en Cubaanse rumba en son. De grote inspirators van het genre waren vanaf dan Antonio Gonzalez “El Pescaílla” en vooral Peret. Hij is de uitvinder van el ventilador (de ventilator): de speelstijl waarbij rumba gitaristen terwijl ze op de snaren tokkelen met hun handpalm op de klankkast van hun gitaar slaan. In 1971 was Perets single “Borriquito” (“Ezeltje”) een zomerhit in heel Europa. In 1974 nam hij voor Spanje deel aan het Eurovisie Song festival met het nummer “Canta y sé feliz” waarmee hij negende eindigde. De winnaar dat jaar was het legendarische ABBA met “Waterloo”.

Na de dood van dictator Franco, in november 1975, verdween de Catalaanse rumba uit de aandacht. In de jaren zestig was Spanje ondergedompeld in een diepe economische crisis waardoor de toenmalige minister van Toerisme Manuel Fraga met de slogan “Spain is different” het land in Noord Europa promootte als zon-zee-strand bestemming. De soundtrack van het massatoerisme langs de Costa Brava was in die tijd de Catalaanse rumba. In geen enkele bar, discotheek en dorpsfeest kon je aan de aanstekelijke muziek ontsnappen. Tijdens de terugkeer naar de democratie werd Spanje overspoeld door nieuwe muziekstijlen, zoals rock, die tijdens de periode van de dictatuur enkel in gecensureerde versie het land binnensijpelden. Catalaanse rumba verdween op de achtergrond wegens te Spaans en de connotatie met Franco’s regering. Enkel de naar Barcelona geëmigreerde Argentijn Gato Pérez kon eind jaren ’70 het genre even een nieuw elan geven.

17 oktober 1986 was een cruciale datum voor de Catalaanse rumba. Toen werden in Lausanne de Olympische Spelen van 1992 toegewezen aan Barcelona. Tijdens de voorbereiding op de Spelen vond eind jaren ’80 een gigantische schoonmaak operatie plaats van Barcelona’s kustlijn. De teloorgegane industriewijken die het zicht en de doorgang vanuit de stad naar de Middellandse Zee belemmerden, werden met de grond gelijk gemaakt. Net in die verloederde stadsdelen had de rumba nog niet zijn laatste adem uitgeblazen door de concentratie van zigeuners. Tijdens de slotceremonie van de Spelen op 9 augustus 1992 maakte de in vergetelheid geraakte Peret zijn grote come-back voor de ogen van de rest van de wereld. Tien jaar daarvoor had hij zijn gitaar aan de wilgen gegangen om zich te wijden aan de Evangelische Kerk. Eind jaren ’80, begin jaren ’90 waren de Frans-Spaanse zigeuners The Gipsy Kings op hun commerciële hoogtepunt met een radiovriendelijke interpretatie van de Catalaanse rumba. Tot verontwaardiging van sommige Catalaanse nationalisten wilde het toenmalige socialistische stadsbestuur van Barcelona meesurfen op het succes en presenteerde daarom rumba als een lokaal produkt om het toerisme een duw in de rug te geven.

De Catalaanse rumba leidt sindsdien een tweede leven met opnieuw een hoofdrol voor Fransen met Spaanse roots. Onder leiding van Manu Chao en zijn broer, zonen van Spaanse bannelingen tijdens de Franco dictatuur, stond het Franse Mano Negra tussen 1987 en 1995 mee aan de wieg van een nieuw muzikaal genre: “mestizo”. De Engelse punklegende The Clash verfijnde begin jaren ’80 zijn punkrock door er funkelementen en reggae- en dubritmes aan toe te voegen. Mano Negra volgde hun voorbeeld en maakte het nog pikanter door in verschillende talen te zingen en salsa, flamenco, ska, Frans chanson, Afrikaanse ritmes, hiphop en Catalaanse rumba aan de formule van The Clash te breien. Een Aha-Erlebnis van jewelste in Latijns Amerika en Spanje. Sinds midden jaren ’90 is Catalonië een kweekvijver van mestizo bands. Verschillende van die groepen zijn/waren ook in de Lage Landen graag geziene gasten als er een feestje moe(s)t worden gebouwd: Gertrudis, Dusminguet, Ojos de Brujo, Macaco, Cheb Balowski, La Troba Kung-Fú, La Pegatina, Muchachito Bombo Infierno, Bongo Batrako,…

De compilatie “Gipsy Rhumba – The Original Rhythm of Gipsy Rhumba in Spain 1965-1974” van het exquise Londense label Soul Jazz records biedt een mooi overzicht van vintage Catalaanse rumba. Klik hier

the-original-rhythm-of-gipsy-rhumba-in-spain-1965-1974-gipsy-rhumba       achilifunk

Een andere heel informatieve compilatie die focust op de glorieperiode van Catalaanse rumba is “Achili Funk: Gipsy Soul 1969-1979” van het Madrileense label Lovemonk. Klik hier