Daarom is Spanje geen republiek

Afgelopen week was het 45 jaar geleden (20 november 1975) dat de Spaanse dictator Franco zijn laatste adem uitblies. Volgens de grondwet die daarop volgde, leven de Spanjaarden sindsdien in een rechtsstaat met scheiding der machten, recht op vrije meningsuiting, stemrecht en ook politieke en syndicale organisaties zijn toegelaten zoals het een normale democratie betaamt. Waarom zijn het echter altijd zij die om ter luidst “leve de koning”, “leve de grondwet” en “leve Spanje” roepen die benadrukken dat Spanje een geconsolideerde modeldemocratie is ?

José Maria Aznar

Mocht de Spaans politiek een metafoor zijn van de Muppet show dan was ex-premier Aznar Statler en Waldorf in één persoon. De achterhoede stokebrand van de conservatieve Partido Popular noemde vorige week huidig socialistisch premier Pedro Sánchez een nutteloze dwaas, in een interview met het economisch dagblad Expansión. Als een voormalig eerste minister zonder enige schroom zulke woorden in de mond neemt, is er iets grondig rot ter hoogte van de fundamenten van de Spaanse staat.

Volgens Aznar bevindt het land zich in een zeer gevaarlijke situatie van politieke, sociale en economische achteruitgang. De socialistische partij PSOE is volgens hem een platform voor de linkse, republikeinse coalitiepartner Unidos Podemos waardoor het constitutionele model van Spanje in gevaar is. “Het uiteindelijke doel is om de grondwet en monarchie te delegitimeren en een populistisch, autoritair regime te creëren met een planeconomie. Zonder monarchie kan er geen grondwet bestaan en zonder koning is er geen harmonie in de samenleving”.

Aznar zegt onomwonden wat hij voor de opkomst van de extreemrechtse partij Vox alleen maar durfde denken. Zijn racune ten opzichte van Unidos Podemos, de doorn in het oog van rechts Spanje, voert ons terug naar de hoogspanning aan de vooravond van de Spaanse burgeroorlog in de jaren dertig van vorige eeuw. Nog een geluk dat Aznars griezelige snorretje van weleer is verdwenen. De fratsen van ex-koning Juan Carlos I voeden rechtse hersenschimmen over heimwee van links Spanje naar een republiek zoals net voor de burgeroorlog.

Juan Carlos I

Rekeningen met zwart geld in Zwitserland via fictieve bedrijven en stromannen, donaties van miljonairs en ondemocratische regimes uit het Midden Oosten, zwarte kredietkaarten,… Sinds de voormalige koning Juan Carlos I zijn ex-minnares Corinna Larsen uit de biecht heeft gepraat, is de ooit zo populaire koning met de noorderzon verdwenen richting Verenigde Arabische Emiraten, op de vlucht voor verschillende gerechtelijke onderzoeken. Niet ontoevallig naar een bevriend land dat geen uitleveringsakkoorden heeft met Spanje.

Nooit is een hedendaagse monarch zo bruusk van zijn voetstuk gevallen als de nationale held Juan Carlos I. De door Franco als zijn opvolger aangeduide koning stippelde het pad uit voor de terugkeer naar de democratie. Zijn eerste minister Adolfo Suárez ontmijnde tijdens die overgansperiode de wens van de socialisten om van Spanje opnieuw een republiek te maken. De nieuwe grondwet voorzag een amnestiewet die gratie gaf aan zowel de politieke gevangenen van het Franco bewind als aan de misdaden van de tirannie. In de grondwet staan er nog veel meer artikels die aantonen dat de constitutie gefundeerd is op de erfenis van de dictatuur.

Juan Carlos I met een cadeautje van de ex-president van Kazachstan

De koning heeft nooit de schendingen van de mensenrechten tijdens de Franco dictatuur veroordeeld. De Partido Popular, de erfgenaam van de aan Franco gerelateerde partij Alianza Popular, evenmin. De monarchie is de connectie met de economische machthebbers van de Franco periode. Een essentiële schakel in de Spaanse Deep State die er niet voor terugdeinst om bewijzen van corruptie te laten verdwijnen en dissidente stemmen zwart te maken. De opeenvolgende regeringen (waaronder de socialisten) en de Spaanse geheime dienst zorgden er als lakeien voor dat de deksels van de beerputten van het paleis toebleven. De Borbón clan bouwde tijdens het koningschap van Juan Carlos niet meer en niet minder dan een maffiagetint netwerk uit om een gigantisch fortuin te vergaren.

Alles is de schuld van links

De wervelstorm waarin de Spaanse monarchie zich bevindt, wordt volgens de Partido Popular, Vox en de conservatieve media georkestreerd door Unidos Podemos. Rechts houdt niet op met benadrukken dat niemand schuldig is totdat het tegendeel is bewezen. De verdiensten van Juan Carlos I voor de Spaanse democratie kunnen niet genoeg worden benadrukt. Alles is toegelaten om de bevolking te overtuigen dat duistere rode krachten het staatsmodel willen omvergooien.

Zoals de verbale acrobatie van Partido Popular voorzitter Pablo Casado in een recent radio interview aantoont. Volgens hem is het een onomstotelijk gegeven dat de huidige koning Felipe VI door het gros van de Spanjaarden is verkozen omdat in het grondwetsreferendum van 1978 de monarchie al was vastgelegd. Unidos Podemos kopstukken Pablo Iglesias en Alberto Garzón zijn volgens Casado niet door een meerderheid verkozen en zijn daardoor dus illegitieme leden van de nationale regering.

Sinds Juan Carlos zich in het verborgene heeft teruggetrokken, is er al twee maal campagne gevoerd om zijn imago en dat van het koningshuis op te poetsen. Een totaal van 30 ex-ministers (ook socialistische) en een 40-tal andere politieke notabelen tekende een manifest waarin wordt benadrukt dat zijn inspanningen voor de democratie en de natie van onschatbare waarde zijn. Ook een groep bekende Spanjaarden nam een video op waarin Juan Carlos zijn opofferingen voor het vaderland werden bejubeld. Het reflecteert de bedenkelijke kwaliteit van het Spaanse democratisch bestel. Het verzoek van Unidos Podemos en enkele regionale partijen om een parlementaire onderzoekscommissie op te richten werd tot 2 keer toe afgewezen.

Het ETA symptoom

De Baskische terroristische afscheidingsorganisatie ETA heeft zichzelf op 20 oktober 2011 ontbonden maar toch dient het nog als stok om links mee te slaan. Als in het nationaal parlement het drieletterwoord ETA, verpakt in kromme redeneringen, weer eens van het spreekgestoelte van de rechtse partijen rolt, is het een symptoom dat er politieke verandering in de lucht hangt die de Partido Popular, Vox of Ciudadanos niet bevalt. De eerste linkse coalitieregering in 80 jaar is in hun ogen even staatsgevaarlijk als de ETA zaliger.

Afgelopen week trok rechts opnieuw de ETA trukendoos open omdat de links-nationalistische Baskische partij Bildu de Spaanse begroting mee zal goedkeuren. Bildu is de opvolger van de verboden partij Batasuna, indertijd beschouwd als de politieke arm van ETA. Bildu eist nochtans van zijn militanten dat ze schriftelijk alle vormen van geweld afwijzen en om het even welke inbreuk op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het staat niet alleen in de statuten van de partij, de parlementsleden van Bildu veroordelen ook publiekelijk de acties van ETA.

Waar wachten de Partido Popular en Vox dan nog op om de veroordeling van de misdaden van het Franco regime in hun statuten op te nemen ? Hun ETA obsessie heeft duidelijk niets te maken met waardigheid en verontwaardiging over de slachtoffers die de Baskische organisatie heeft gemaakt. Het dient politieke belangen. ETA is een van de middelen die de rechtse Ghostbusters gebruiken om linkse spoken uit het parlement te verdrijven. Bovendien worden “los rojos” (de rode) en Catalaanse en Baskische nationalisten over dezelfde kam gescheerd.

Tijd voor een tweede Transición

Tijdens de inauguratie van de coalitieregering PSOE – Unidos Podemos richtte Pablo Iglesias, de leider van Unidos Podemos en vice-premier, zich tot premier Sánchez met de woorden “ze gaan ons aanvallen op wie we zijn, niet op wat we doen”. Het is een indicatie van een democratie die gestructureerd is op de onderbouw van de Franco dictatuur. Geen modeldemocratie zoals de Partido Popular en koning Felipe VI tot vervelens toe blijven herhalen.

Zijn vader is in ballingschap vertrokken omdat hij verdwaald is geraakt in zijn eigen doolhof, het Hooggerechtshof sprak draconische straffen uit tegen de Catalaanse pro-onafhankelijkheid leiders, rappers en andere artiesten worden vervolgd door het gerecht omdat sommigen aanstoot namen aan hun werk, er lopen uitgebreide onderzoeken tegen corruptie bij politieke partijen (de Partido Popular op kop) en politieman op rust José Manuel Villarejo duikt op in de smeergeldaffaires van Juan Carlos I en spionage en zwartmakerij van politieke dissidenten. De scheiding van machten is onduidelijk en de rechtspraak schippert te dikwijls tussen onvoldoende gefundeerd en arbitrair.

Hoe het begon en hoe het eindigde

Niet alleen de harde aanpak van het Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum toont aan dat de grondwet de bijbel is waar de rechterkant van het politieke spectrum alles mee aftoetst i.p.v. politiek te bedrijven. Door de amnestiewet en de wet op het democratisch geheugen weten nog altijd duizenden Spanjaarden niet waar hun tijdens de dictatuur en de burgeroorlog verdwenen ouders of grootouders begraven liggen. De nog in leven zijnde folteraars genieten eeuwige amnestie. Volgens de Partido Popular is de eerste steen van harmonie in de samenleving gelegd tijdens La Transición (de overgang): de periode tussen de dood van Franco en de terugkeer naar de democratie. Massagraven openbreken en DNA op beenderen vergelijken, getuigt voor hen niet van vaderlandsliefde.

De straffeloosheid van het franquisme, de wens van de Catalanen, Basken en Galliciërs om over hun eigen toekomst te mogen beslissen, de medeplichtigheid van de conservatie media in het zwart maken van alles dat de verworvenheden van het Spaanse ancien régime bedreigt… Wanneer staat er een nieuwe politieke generatie op die verder kijkt dan de klassieke tegenstellingen, politiek op niveau bedrijft en Spanje door een tweede Transición stuurt ?

De Spaanse corona dankt het virus

Corruptieschandaal Juan Carlos I

“We moeten corruptie bij de wortel aanpakken. Het uitoefenen van een openbaar ambt mag geen middel zijn voor zelfverrijking.” Holle woorden uit de mond van de Spaanse koning Felipe VI, enkele jaren geleden, naar aanleiding van de aanhoudende onfrisse politieke praktijken in zijn land. Hol, meer zelfs: cynisch en hypocriet, omdat zijn eigen vader Juan Carlos I niet zuiver op de graat is.

De monarch die gedurende bijna vier decennia Spanje heeft geregeerd ontving 100 miljoen dollar smeergeld van de koning van Saudi Arabië en 1,7 miljoen € van de sultan van Bahrein. Hij verborg het geld in fiscale paradijzen en schonk een deel aan zijn Duitse minnares Corinna zu Sayn-Wittgenstein volgens het Zwitsers gerecht. Het schandaal leest als een filmscenario gespijsd met intriges van amoureus verraad, bedreigingen, spionage en met als kers op de taart een Grieks familiedrama. Zijn zoon en huidige koning, Felipe VI, besloot aan het begin van de coronacrisis, in een krampachtige strategische zet om zijn eigen blazoen op te poetsen, afstand te nemen van de nalatenschap van zijn vader. Het is de grootste alarmtoestand van de Spaanse kroon (corona in het Spaans) sinds de dood van dictator Franco in november 1975.

Al een decennium lang borrelt er uit het koninklijk paleis spektakel op dat de roddelbladen overstijgt. Een bloemlezing: de zaak Nóos, waarin de schoonzoon van Juan Carlos I werd veroordeeld en achter de tralies gezet voor onwettige toeëigening van openbaar geld, een olifantenjacht in Botswana waarbij ook de minnares van de ex-koning zou aanwezig zijn geweest, video’s waarin Juan Carlos dictator Franco loofde, zijn exuberante pensioen en de ongelukkige toespraak van troonopvolger Felipe VI, op 3 oktober 2017, waarin hij Catalonië een veeg uit de pan gaf na het onafhankelijkheidsreferendum van 1 oktober. In een transparante parlementaire monarchie zou er nu een parlementaire onderzoekscommissie aan de slag gaan om de beschuldigingen van de Zwitserse justitie uit te pluizen.

Corruptie Spaanse koning Saudi Arabië
ons kent ons

De rechtse oppositie en de grootste regeringspartij, de socialistische PSOE, stemden tegen in het parlement en de grote conservatief gezinde mediagroepen kijken zoals gewoonlijk de andere kant op als de monarchie in woelig vaarwater terechtkomt. Het herbevestigt nog maar eens de Spaanse versie van de deep state: de conservatieve anti-republikeinse lobby die achter de schermen toeziet op het in stand houden van de privileges van de overwinnaars van de Spaanse burgeroorlog van 1936-1939: de bourgeoisie. Het is de ex-dictator die op het einde van zijn leven Juan Carlos I heeft aangeduid als zijn opvolger. Twee maanden geleden zei Jorge Fernández Díaz, de ex-minister van binnenlandse zaken van de rechtse Partido Popular, naar aanleiding van het nieuwste koninklijke schandaal: “het in vraag stellen van de monarchie als staatsvorm is dodelijker dan het coronavirus”.

Een corrupt koningshuis is m.a.w. de centrale pijler van wat de republikeins gezinden “het regime van 1978” noemen. Toen werd drie jaar na Franco’s dood de nieuwe democratische grondwet voorgelegd aan de bevolking in een referendum. Artikel 56.3 van de Constitutie zegt dat de koning onschendbaar is en dat hij niet berecht of beschuldigd kan worden, zelfs niet als hij misdaden heeft gepleegd. De banden tussen de Spaanse monarchie en de economische, politieke en gerechtelijke elite waren toen al duidelijk. Ook de machtigste mediagroepen zijn helemaal mee in dit verhaal. De inkt die ze laten vloeien in het verdoezelen en verdraaien van schandalen van de Partido Popular en de monarchie is omgekeerd evenredig aan het met de botte bijl inhakken op de linkse politieke partijen en de separatistische Catalaanse en Baskische partijen.

Zoals het een moderne monarch betaamt, sprak Felipe VI op woensdagavond 18 maart de Spaanse bevolking moed in op de openbare televisie naar aanleiding van de coronacrisis. In zijn speech vermeed hij de zwartgeld kwestie van zijn vader. Ondanks het feit dat er vooraf slechts een korte oproep was op sociale netwerken, sloegen duizenden mensen in heel het land tijdens de toespraak vanop hun balkon op potten en pannen. Ze eisten dat het koningshuis de verborgen miljoenen van Saudi Arabië en Bahrein in de Spaanse publieke gezondheidszorg zou pompen. Die heeft het meer dan ooit zwaar te verduren na de sociale besparingen van de laatste Partido Popular regering van Mariano Rajoy. Meer en meer Spanjaarden beschouwen hun monarchie als een vervelender virus dan Covid-19. Felipe VI kan de afleiding van het coronavirus gebruiken om zijn hachje te redden.